Rode gist rijst heeft zelfde bijwerkingen als statines

Link

Rode gist rijst, een voedingssupplement dat wel wordt gebruikt als alternatief voor statines, blijkt dezelfde bijwerkingen te hebben als reguliere statines. Bij Bijwerkingencentrum Lareb nam het aantal meldingen van bijwerkingen toe. Lareb waarschuwt consumenten voor de – soms ernstige – bijwerkingen.

Lovastatine
In rode gist rijst zit de stof Monacoline K, die ontstaat tijdens de gisting van rijst. Monacoline K, ook wel lovastatine genoemd, is in andere landen verkrijgbaar als geneesmiddel. In Nederland is rode gist rijst te koop als voedingssupplement. Het wordt aanbevolen voor de instandhouding van een normaal cholesterolgehalte. Uit analyse van Lareb blijkt dat de hoeveelheid Monacoline K in de verschillende preparaten sterk varieert. Bovendien kunnen rode gist rijst-supplementen ook de giftige stof citrinine bevatten, die tijdens de gisting kan ontstaan.

Van spierpijn tot alvleesklierontsteking
De voor rode gist rijst gemelde bijwerkingen komen overeen met de bijwerkingen van statines. Spierpijn en andere klachten aan het bewegingsapparaat worden het meest genoemd (32 keer). Daarna rapporteren mensen maag-darmklachten en neurologische symptomen, zoals hoofdpijn, duizeligheid en geheugenproblemen. In een enkel geval traden er ernstige bijwerkingen op als alvleesklierontsteking en ernstige leverproblemen.

Waarschuwing aan consumenten
‘Consumenten nemen vaak aan dat voedingssupplementen minder gevaarlijk zijn dan reguliere medicijnen. In het geval van rode gist rijst kan dit misleidend zijn en zelfs schadelijk’, schrijven de onderzoekers in het rapport. In juli 2017 waarschuwde Lareb ook al voor de bijwerkingen van rode gist rijst, op basis van 16 meldingen. Inmiddels is het aantal meldingen gestegen naar 74. Ook het Voedingscentrum waarschuwt voor het gebruik van dit voedingssupplement.

Bron: Bijwerkingencentrum Lareb

Supermarkten promoten vooral ongezonde voeding

Bijna alle aanbiedingen in supermarkten zijn gericht op ongezonde voeding. Slechts 1 op de 5 producten met korting staat in de Schijf van Vijf. Supermarkten lijken op die manier niet te sturen naar de gezonde keuze. Dat blijkt uit onderzoekvan supermarktvergelijker stichting Questionmark in samenwerking met Transitiecoalitie Voedsel.

Zeven supermarkten

Questionmark vergeleek gedurende een half jaar iedere 2 weken de online aanbiedingen van Albert Heijn, Jumbo, Plus, Coop, Dirk, Jan Linders en Ekoplaza. Daaruit bleek dat 80 procent van de aanbiedingen geldt voor ongezonde producten. De supermarkten verschillen hier onderling nauwelijks in. ‘Geen van de onderzochte supermarkten lijkt met de aanbiedingen te sturen op het maken van gezonde keuzes’, schrijft Questionmark in het rapport. ‘Op het gebied van duurzaamheid zijn er wel verschillen tussen de supermarkten. De ene supermarkt neemt structureel vleesvervangers en peulvruchten in de aanbiedingen op, bij een andere supermarkt is vlees de norm.’

Nationaal Preventieakkoord

De 7 onderzochte supermarkten dekken met elkaar ruim twee derde van de markt. Vorig jaar stond in het Nationaal Preventieakkoord dat onder meer supermarkten ernaar zouden streven om consumenten meer volgens de Schijf van Vijf te laten eten. Aanbiedingen zijn hierbij belangrijk, omdat veel mensen zich hierdoor laten leiden. Het in de aanbieding doen van een product leidt namelijk over het algemeen tot een verkoopstijging van zo’n 300%.

Het kan echt beter

‘Voor onze gezondheid is het belangrijk dat de gezonde keus makkelijk is’, zegt staatssecretaris Paul Blokhuis van VWS. ‘Supermarkten spelen hierin een belangrijke rol met hun aanbod en de producten die ze in de aanbieding zetten.’ Maar het is nu te vroeg om te somberen, meldt hij in de Volkskrant. ‘De afgelopen jaren hebben de supermarkten al veel gedaan, maar het kan echt beter. Ik denk dat de uitkomsten vooral laten zien dat er nog veel werk aan de winkel is voor supermarkten om Schijf van Vijf-producten te stimuleren.’

Bron: Transitiecoalitie Voedsel

Close-up detail of a man shopping in a supermarket

Demonstratie eerstelijnsparamedici “ZorgenZonderZorgen”

Woensdagochtend 3 juli kwamen bijna 1000 paramedici, waaronder circa 150 diëtisten, bijeen in Den Haag om actie te voeren voor goede zorg in de eerste lijn. Na een demonstratiemars nam een delegatie van Tweede Kamerleden de eisen van de paramedici in ontvangst. Ook kregen de Kamerleden een kruiwagen vol evidence voor de kosteneffectiviteit van de bestaande paramedische zorg.

Actiegroep Paramedie

De actie werd georganiseerd door “Actiegroep Paramedie”, een gezamenlijke actiegroep van diëtisten, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten en oefentherapeuten. Hun achterban bestaat uit bijna 20.000 zorgprofessionals. De Actiegroep voert actie tegen de knellende bepalingen in de zorgcontracten met de zorgverzekeraars en het lage behandeltarief in de eerste lijn. Deze tarieven zijn al meer dan 10 jaar niet verhoogd, terwijl de kosten toenemen. Steeds meer zorgverleners stappen om die reden uit de eerste lijn.

Drie eisen

De Actiegroep vraagt de politiek om op 3 punten actie te ondernemen:

1.    Geef de paramedicus meer ruimte om zelf beslissingen te nemen over de behandeling

2.    Geef de paramedicus minder administratieve druk en ontregel de zorg

3.    Geef de paramedici een passend, kostendekkend tarief.

De actie ging vooraf aan de vergadering van de Tweede Kamer over de eerstelijnszorg.

40 procent van uren van eerstelijnsdiëtist is onbetaald

Van een werkdag van een eerstelijnsdiëtist van 8 uur zijn 3,3 uren niet-declarabel. Dat blijkt uit tijdbestedingsonderzoek onder 344 diëtisten van 314 diëtistenpraktijken, uitgevoerd door de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD).

Patiëntgebonden uren

Een eerstelijnsdiëtist besteedt 70 procent van de totale werktijd aan patiëntgerelateerde werkzaamheden. Hiervan kan 15 procent vanaf 2019 niet meer bij de zorgverzekering gedeclareerd worden. Het gaat om de indirecte uren: werkzaamheden die voorafgaand of na een gesprek met een cliënt moeten worden gedaan, zoals het dossier bijwerken, het berekenen van de voeding en overleg met andere professionals.

Scholing en administratie

Daarnaast gaat 9 procent van de werktijd op aan vakinhoudelijke activiteiten zoals scholing en netwerkoverleg. Aan boekhouding, website, social media, werkoverleg en andere organisatorische en administratieve taken besteedt een eerstelijnsdiëtist gemiddeld 6 procent van de werktijd. De overige 15 procent van de werktijd gaat op aan het beantwoorden van vragen en werkgerelateerde reistijd. In totaal is 40 procent van de uren van een eerstelijns diëtist niet declarabel.

Ontoereikend tarief

Het tarief van de zorgverzekeraars voor diëtetische hulp is volgens de NVD niet genoeg om alle kosten te vergoeden om een praktijk te voeren en een redelijk salaris over te houden. Uit eerder kostprijsonderzoek van de NVD blijkt dat veel eerstelijnsdiëtisten daarom geen pensioen opbouwen en geen arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben afgesloten.

Infographic

De belangrijkste resultaten van het tijdbestedingsonderzoek, dat in maart en april 2019 is uitgevoerd, staan in een infographic. De NVD gaat de resultaten onder de aandacht brengen bij zorgverzekeraars, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), overheid, relevante patiënt-verenigingen en de koepel van zorgverzekeraars.

Bron: NVD

Medicijngebruik verhoogt risico op magnesiumtekort

Hoe meer medicijnen geriatrische patiënten gebruiken, hoe groter de kans op een tekort aan magnesium. Vooral diabetesmedicatie, protonpompremmers en hart- en vaatmedicatie gaan vaak gepaard met lage magnesiumspiegels. Dat blijkt uit onderzoek van Ziekenhuis Gelderse Vallei en Wageningen University & Research, gepubliceerd in Clinical Nutrition.

Polyfarmacie

Het onderzoek is uitgevoerd onder 343 ouderen die voor de eerste keer een bezoek brachten aan de polikliniek Geriatrie van Ziekenhuis Gelderse Vallei. Hypomagnesiëmie kwam regelmatig voor, afhankelijk van de afkapwaarde bij 12 procent (Mg <0,70 mmol/l) tot 22 procent (Mg <0,75 mmol/l). Mensen die meer medicijnen gebruikten, hadden 80 procent meer kans op een magnesiumtekort. In het onderzoek was bij tweederde van de poliklinische patiënten sprake van polyfarmacie (gebruik van ≥5 verschillende medicijnen).

Diabetes en hart- en vaatziekten

Hypomagnesiëmie komt bij bepaalde medicijnen vaker voor. Zo was het percentage tekorten hoger dan gemiddeld bij gebruik van diabetesmedicatie als metformine en insuline: 29-41 procent van de diabetespatiënten had een tekort aan magnesium. Lage magnesiumspiegels kwamen ook vaker voor bij gebruik van protonpompremmers, calciumsupplementen, luchtwegverwijders, bisfosfonaten, statines, bètablokkers en antistollingsmedicijnen.

Magnesiumtekorten verdienen meer aandacht

Magnesiumtekorten kunnen volgens de onderzoekers leiden tot diverse klachten. Lage magnesiumspiegels (≤0,75 mmol/l) houden verband met atriumfibrillatie, hoge bloeddruk, hartinfarct, plotselinge hartdood, beroerte en diabetes. Toch worden de klinische verschijnselen van magnesiumtekorten meestal niet herkend. Artsen doen nauwelijks magnesiumbepalingen: één bloedwaarde ziet men over het algemeen als onvoldoende betrouwbaar en  aanvullende bepalingen als belastend voor de patiënt. Dit leidt tot onderbehandeling van klinische magnesiumtekorten. Terwijl gerichte behandeling door magnesiumrijke voeding of magnesiumsuppletie volgens de onderzoekers juist kan bijdragen aan het verminderen van medicijngebruik en aan gezondheidswinst voor de patiënt. Daarom pleiten de onderzoekers voor meer aandacht voor magnesiumtekorten.

Bron: Alliantie Voeding